Ik werd door een vriend gevraagd of ik kon helpen om zijn net tweedehands aangeschafte Jeanneau 379 uit 2013 van Fehmarn naar Lelystad te varen.
We waren met drie man en hadden maximaal 8 dagen tijd voor de trip.
Wel ff wennen aan de Coronaregels in Duitsland, bijvoorbeeld mondkapjes verplicht in winkels en restaurants. Pas als je aan tafel zit mag het weer af.
Nadat de boot volgestouwd was met voedsel, bier, water en diesel konden we op weg. De weersvoorspelling was redelijk, nooit meer dan 25 knopen wind, dus het moest allemaal haalbaar zijn.
Eerst moesten we het schip goed leren kennen, en al snel bleek dat ik door de woensdagavondwedstrijden zo getrained was dat ik zeiltrim goed beheers. Het jacht heeft een rolgrootzeil en een reefbare genua 2, en was door de vorige eigenaar vooral gebruikt als daysailer, was verder prima uitgerust met B&G plotter, simrad autopilot.
De eerste dag zeilden we van Fehmarn naar Kiel, in gestrekte koers ca 40 nm, maar omdat we een kruisrak moesten varen werden het er uiteindelijk 70. Wind pal west, en in vlagen tot 28 knopen schijnbare wind, toch wel fijn zo’n windmeter.
We moesten dus meteen aan de bak, genua 2 ingerold varen en proberen het rolgrootzeil gereefd te varen.  Het rolgrootzeil heeft lange dunne vertikale staven die moeten dienen als zeillatten en met veel onderlijkspanning, neerhouder, en overloop krijg ik er toch nog een vlak profiel uit. Ik zeg maar zo, lang leve het bindrif ! De ingerolde genua was niet te trimmen omdat de firma Jeanneau had besloten om voor het hoofdwant geen rails of lijogen te maken zodat je het voorzeil ook gereefd kon trimmen. Kortom de hele dag met klapperend achterlijk gevaren, niets aan te doen….
De Kielerförde binnenvaren is echt heel mooi, wel ff opletten dat je de shippinglane die van het Nord-Ostseekanaal komt goed kruist en vrachtschepen en veerboten niet in de weg zit.
Vlak bij de sluis is een prima jachthaven waar je fijn kan overnachten, wil je goedkoop, dat kan ook, bij de ingang is een wachtsteiger voor jachten.
Het invaren van het kanaal is een makkie, er zijn overal seinmasten met rode en groene lampen, het signaal voor pleziervaart is een knipperend wit licht. Wij moesten achter een zeeschep afmeren, er drijven langs de sluismuur houten vlonders, tegenwoordig met rubberen matten erop zodat je niet kan uitglijden, dus koppel twee stootwillen aan elkaar en laat ze drijven zodat ze tussen de romp en het vlonder komen. Zo’n zeeschip zorgt voor nogal wat schroefwater dus goed op springen liggen.

Na een dagje motoren kwamen we aan in Brunsbüttel, daar weer door de sluis de Elbe op. Onderweg heb ik wel een paar plekken ghezien waar je kan overnachten, dus in een keer door hoeft niet. Ook is er een wachtsteiger en jachthaven aan de binnenkant van de sluizen bij Brunsbüttel. Wij kwamen rond hoogwater uit de sluis en dachten met de stroom naar Cuxhafen te varen, helaas tegenstroom omdat de vloedstroom korter loopt dan de ebstroom kentert de stroom pas 2 uur na hoogwater Cuxhafen.
Het stroomt nogal op de Elbe, en als er 5 bf of meer uit het NW staat, hoef je niet eens te proberen naar Helgoland te zeilen, er staan dan enorme grondzeeen. De jachthaven van  Cuxhafen is groot en daar was dan ook genoeg plaats. Douchen kan pas nadat je havengeld hebt betaald en een pasje hebt gekregen.
We leuk om zeehonden in de haven aan te treffen die het prima naar hun zin hadden.

De  volgende dag hadden we geluk, bf 3 W dus 2 uur na HW vertrokken richting Helgoland. Door een van de oostelijke geulen de Noordzee op, op weg naar het enige echte stenen eiland in onze omgeving.
De volgende dag zou het regenen en uit het SW en W waaien, duis besloten om een extra nacht te blijven en Helgoland te verkennen. Erg toeristisch maar ook weer taxfree, dus een goed punt om alcoholische dranken in te slaan.
In de haven kan je alleen langszij liggen, normaal in de zomer lig je daar 14 dik,  nu was het heel rustig dus bleef dat beperkt tot 4 dik.

Veel vogels op de kliffen !
De volgende dag op weg naar Borkum, weer een heerlijke zeildag, bij Borkum aangekomen viel de wind weg, en aangezien de verwachting was dat het de hele nacht en ook de volgende dag vrijwel windstil zou zijn besloten we verder te motoren naar Vlieland.
Rond hw vlieland aangekomen, natuurlijk een volle haven dus geankerd bij de vuurtoren tussen de rode tonnen, was voor mijn vriend de eerste keer ankeren op zee, en voor het schip ook, nog nooit zo’n schone ankerketting gezien ! Het werd ook eerder een tijstop, we wilden met opkomende tij naar Harlingen.

Aan de groene kant val je droog !

Na een paar uurtjes wel verdiende slaap, anker op en langs de haven de Vliestroom op. Er lagen ca. 25 jachten te wachten om de haven in te mogen, dus dat zal wel ff geduurd hebben.
Wij zeilenden met een rotgang naar Harlingen besloten dan maar door te trekken naar Makkum. Op de Boontjes kwamen we een schip van de zeezeilers tegen, een Centurion 41 die halve wind ons ver achter zich zou moeten laten, maar blijkbaar hadden de zeilers aan boord de cursus zeiltrim nog niet gehad. Nu kwam het rol grootzeil echt van pas, losse broek en het zeil kon mooi diep en rond getrimd worden.
Nachtje in Makkum in de gemeentehaven.
Volgende dag, weinig wind en dus maar op de motor naar Lelystad.
Al met al 380 zeemijl in 7 dagen afgelegd.
Van de Oostzee naar het westen moet je echt geluk hebben met de windkracht en richting in de Duitse bocht, dus als je kans ziet naar Helgoland te komen, laat dat dan niet na !

Kees

 

Vorig bericht

Nieuwsbrief juli 2020

Volgend bericht

Waarom staat de Reiger op de plek waar de Reiger staat ?