In deel 1 eindigde ik mijn verslag in St Vaast-la-Hogue, getijdehaven met deur, dus je kan er alleen 2 uur voor en 2 uur na HW in. De oesters zijn beroemd en er was een leuke band die allemaal covers speelde maar dan van minder bekende nummers van bijvoorbeeld Neil Young. Mooi plaatsje en bij laagwater zie je de oesterkwekerijen.

Na een landdag weer vertrokken richting Cherbourg. Kruisrak met 15 knopen wind, dus een heerlijke zeildag, maar wel langs Cap Barfleur, stroomde nogal en ik had stroom tegen wind, dus vervelende golfslag. Uiteindelijk met knik in de schoot Cherbourg binnen gescheurd en in de haveningang kwam er ook nog een dolfijn langs. Cherbourg is makkelijk aan te lopen en heeft een heel grote voorhaven waar je rustig alles op en af kan tuigen. Grote jachthaven met aardige havenmeesters die je helpen met afmeren, in Nederland is dat eerder de uitzondering dan de regel.

Na boodschappen doen (oesters, kaas en wijn) en een stukkie door de stad lopen vertrokken om op een gunstig moment Cap de la Hague te kunnen ronden op weg naar Dielette. Weer een kruisrak en door de sterke stroming al gauw 25 knopen schijnbare wind, terwijl het echt maar 16 knopen ware wind was. Altijd vervelend die Cap, zeer warrige zeegang brekende golven,maar na een uurtje was dat allemaal weer voorbij. Dielette is een fijne haven want die kan je vrijwel altijd aanlopen, behalve 1,5 uur voor en na LW. Zoals deze schipper die het met laagwater probeerde.

Het heeft een buitenhaven en een haven achter een soort sluisdeur. Prima drijvende steigers en dubbel feest. Het was 14 juli én er was een zeilwedstrijd ronde van Normandië. Dus livemuziek, vuurwerk en gezelligheid die ik sinds het begin van de Covid crisis niet meer had meegemaakt. Dagje gebleven, maar in Dielette is niet veel te doen, tenzij je geïnteresseerd bent in kerncentrales.
Ik wilde eigenlijk naar Sark of Guernsey of Jersey, door Covid allemaal heel moeilijk. Ik kreeg via het tourist office contact met de constable van Sark, verboden aan land te gaan, je mag geen mooring gebruiken en alleen op specifieke plekken ankeren op straffe van 10.000 pond boete (en waarschijnlijk ook nog een publieke gezeling). Guernsey is helemaal onmogelijk, dus contact met havenmeester Jersey, daar moet je je 48 uur van de voren aanmelden, bij aankomst een PCR test doen, of aan een drijvende steiger aan liggen waar je niet vanaf kan. Maar ik kom morgen, vooruit dan maar,,,, Prachtig zeilweer, 12 knopen wind NO en dat vindt Zingaro erg prettig, zeker met een vliegend gehesen Genua 1 en aap. Mooie tocht tussen Sark en Jersey door gevaren. Natuurlijk wel rekening houden met het getij want het stroomt hier nogal. Bij aankomst langszij bij Nederlands schip, PCR test gedaan en de kroeg in. Leuk om weer eens in Engeland te zijn !
Volgende dag lekker over het eiland gefietst, volgens het tourist office viel het wel mee met de hellingen, volgens mij dus niet, was echt kapot op mijn vouwfietsje.
Volgende dag weer door. Ik wilde naar Iles de Chaussey, had gelezen dat je daar mooie moorings hebt, en ik had bedacht hoe ik daar als solozeiler meer uit de voeten kon, best lastig om een mooring te benaderen op stromend water en de boei te pakken en tegelijkertijd je schip te besturen, vooral met een center cockpit een uitdaging. Maar geen vrije mooringboei, dus ankeren geblazen, anker er in is geen ptrobleem maar er uit is weer moeilijk als solozeiler. Volgende dag heerlijk weer, dus ik dacht ik ga lekker met de bijboot naar het eiland. De bijboor lag al jaren ingepakt op mijn voordek, nooit gebruikt dus “what could go wrong ?”. Eerst de aluminiumvloer in elkaar zettebn en dan verder oppompen. Na 2 uur knoeien met de vloer dat maar gelaten. Bijboot te water en buitenboord motor uit de boot halen. Toen ik die in de bijboot wilde doen zag ik dan die lek was, shit dus. Bijboot weer aan boord en dan maar laten repareren in St. Malo.
St Malo kan je altijd binnenlopen, het heeft wel een geweldig verval tot wel 12 meter, maar de stroming valt reuze mee. De stad is na de 2e wereld oorlog weer helemaal opgebouwd, en dat ziet er prima uit. Grote jachthaven met weer zeer behulpzame havenstaf. Volgende dag op zoek naar reperateur voor de bijboot en zeilmaker voor het repareren van de stormschade van de eerste dag. Nieuwe zeillattas in grootzeil en onderlijk van de bezaan.
Na eerst het slepen van de bijboot bleek dat niemand op de haven hem kon repareren, uiteindelijk met de taxi bij de reparateur aangekomen bleek dat hij onherstelbaar is.

De harde conussen waren losgekomen en reparatie zou 1 lang duren en 2 600 euro kosten, een nieuwe bijboot 450 euro. Ai ff een tegenvaller, maar oude boot daar gelaten en nieuwe boot meegenomen.
Hoe bewaar je een bijboot het beste ? NIET leeg, maar half opgeblazen hangend in een droge ruimte bv een garage of zo. Opgevouwen komt er te veel kracht op de naden.
Volgende dag kwamen mijn opstappers Mark en Peter aan boord, en waren de zeilen gerepareerd.
Mooie tocht naar de baai van Erquy, heerlijk zeilweer en fijn om weer bemanning aan boord te hebben. Bij Erguy wilden we ankeren, is wel een heel gereken, want als je met laagwater aankomt moet je wel genoeg ketting en tros steken om te voorkomen dat je bij hoogwater van de anker loopt.
We dachten een mooie plek gevonden te hebben bij een paar andere jachten. Dus mijn 30 meter ketting plus 20 meter tros er in. Ik keek naast de boot en vond het water wel erg helder, ik kon de bodem zien, plots een schok door de boot, bleek dat we met de kiel net op een grote rots lagen. Welke van de trois prierres op de foto weet ik niet, dus weer anker op, best een klusje zonder elektrische winch, en iets verder op geankerd.


Volgende dag naar Lézardrieux gezeild, weer heerlijk bakstags windje met vliegend gehesen genua 1 en aap. Je kan in Lezarddieux prima aan een mooring liggen vlak bij de marina, prachtige invaart in je ligt heerlijk beschut in een soort rivier. Het stroomt natuurlijk wel pittig.


We zijn wel mijlen aan het maken want de volgende dag staat Roscoff op het programma, Pittige zeildag, kruisrak en bezaan gestreken, dat is als het ware mijn eerste rif. Als je de haven van Roscoff binnenloopt moet je er rekening mee houden dat er IN de haven behoorlijk wat stroom loopt en dat maakt het in de haven manouvreren niet makkelijk. Mooie marina van alle gemakken voorzien. ‘S avonds sjiek uit eten in een mooi visrestaurant. Nogal buiig en behoorlijk veel deining.
Volgende dag van Roscoff naar L’Aber Vrach. Fijne zeiltocht land de ruige bretonse kust, spannende invaart, maar een prachtige plek. In het midden van het vaarwater voor en achter aan een mooring boei.

400

Met de bijboot naar de kant waar we een oester en mosselen verkoper ontdekten, nu blijkt dat de oesters van L’Aber Vrach in Frankrijk beroemd zijn om hun hoge kwaliteit wat ik alleen maar kan beamen.
Maar nu klaar met het kinderspel want ons doel ik Ouessant, een ruig eiland voor de kust van Bretagne. Er lopen daar waanzinnig sterke stromingen dus is het zaak om goed uit te rekenenen wanneer je waar moet zijn, of juist niet moet zijn. Dus hadden we bedacht dat we rond de kentering van het tij bij de Passage de Fromfleur moesten zijn, want daar kan tot 10 knopen stroom lopen en daar kom je dus niet tegen in. Ging toch niet helemaal goed want we kwamen verderop bij de vuurtoren La Jument in een behoorlijk zware stroming en zee terecht, door het water liepen we 2 knopen over de grond 10, met brekers over het dek. Aan de ZW kant van Ouessant is een grote baai waar je aan moorings kan liggen. Dus daar een boei opgepikt en maar hopen dat er geen harde ZW wind gaat waaien want dan lig je echt onbeschut. Ouessant is echt een erg ruig eiland, waar we een hele dag over hebben rond gefietst, was echt genieten !
Dag later toch weer verder, nu naar Camaret-sur-Mer. Wel ff goed uitrekenen dat we zonder stromingsproblemen langs de Jument kwamen, heerlijk zeildagje, nog steeds NE, halve wind liep Zingaro als een speer. Merk wel dat de nieuwe schroef veel invloed heeft op de gemiddelde snelheid. Camaret-sur-Mer is een interessante plaats, naast de vele uitstekende viswinkels en restaurant heeft het ook een menhir veld, erg indrukwekkend om te zien en te dan te beseffen dat het oorspronkelijlk 10 keer zo groot was. Zegt nogal wat over de ons onbekende cultuur in de steentijd, blijkbaar hadden ze tijd om naast de dagelijkse dingen ook tijd te hebben voor cultuur. De jachthaven is redelijk de douches en toiletten zijn vies, klein en oud.


Aangezien we mijlen maken de volgende dag weer verder, weer een uitdaging want we moeten langs de Raz de Sein, weer zo’n plek waar je op het juiste moment moet zijn in verband met de sterke stroming. Alles goed uitgemikt, veel golfslag dus nogal door elkaar geschud, ik ga benedendeks ff kijken of daar alles goed gaat en ruik gaslucht. Bleek dat de slang van het cardanische fornuis was losgeschoten. Gelukkig niet lang, dus konden we het schip goed ventileren.
Al kruisend precies op het juiste moment bij Raz du Sein aangekomen en doorgevaren naar Loctudy. Weer prima lopend windje af en toe dolfijnen rond de boot, dit is echt reizen met je schip. Je vaart in Loctudy een baai binnen waar het barst van de moorings, dus daar weer lekker achter een boeitje gelegen, met de bijboot boodschappen gedaan. Je moet wel ff bij het in- en uitvaren op je diepgang letten, dus goed de getijdentabellen bestuderen, maar dat geldt natuurlijk altijd overal.
Volgende dag naar Lorient waar Peter en Mark van boord gaan, best moeilijk om nog treinkaartjes te boeken, want alles zat vol. Weer een prachtige zeiltocht, Lorient is makkelijk aan te lopen en heeft erg veel jachthavens maar ook veel moorings, eerste nacht aan de mooring, volgende nacht in de haven omdat de mannen erg vroeg de trein moeten halen. Lorient was een grote basis van de duitsers voor hun onderzeeboten, enorme bunker complexen waar de U boten werden klaar gemaakt.

Lorient is daarom zwaar gebombardeerd. Bij de bunkercomplexen is la cité au voile Eric Tabarly, een Franse zeilheld, en een haven waar de meest moderne wedstrijdschepen liggen. De Vendee Globe schepen maar ook de recordhouders van de Coupe Jules Verne. Deze schepen hebben ook een romp, mast en zeilen, maar daar houden de overeenkomsten met Zingaro wel ongeveer op.

Ze waren zich aan het voorbereiden op de Fastnetrace die een week later startte. Ik heb mijn ogen uitgekeken. Als je naar Lorient gaat zeker naar de bunkers en de cité au voile gaan. Ga naar de haven het dichtste bij de stad, die heeft het beste sanitair van Frankrijk !
In de stad voorbereidingen voor het grote keltische festival, ieder jaar begin augustus, dus met leuke straatmuziek. Hele indrukwekkende moderne kathedraal !


Na het vertrek van Mark en Peter is het wachten op de volgende opstapper. Marc, die ook aan het begin van de tocht aan boord s. Ik ben nog een dagje/nachtje gaan ankeren bij het Ile de Groix, met NO wind ging dat prima in het zand. Bij het invaren kwam ik een echte platbodem tegen, met franse vlag dat wel.


Ik hoorde in mijn stuurinstallatie gerammel, dus ben ik terug gevaren naar Lorient, nadat ik een stuk van de binnenbetimmering heb gesloopt blijkt het een losse bout in een homokinetische koppeling te zijn. Gelukkig maar want ik was bang dat het een van de haakse overbrengingen was.
Wilde de volgende dag weer gaan zeilen, maar kwam er achter dat het te hard waaide en ben weer omgekeerd. Op de weg terug naar de haven gleed ik uit en haalde mijn scheenbeen over 20 cm open, een ongeluk zit echt in een klein hoekje,….kiezen op elkaar en flink betadine er op, Bloeden gestelpt èn de wond bedekt. Gelukkig ging het niet ontsteken !
Marc kwam de volgende dag ‘s avonds aan, en ik kon meteen mijn nieuwe speeltje uitproberen, een mooringhook, die duw je open met de pikhaak echt makkelijk, en dat voor maar 75 euro !


Volgende dag meteen op pad naar Trinité sur Mer, we werden eerst ingehaald door de baron de Rothschild, een giga trimaran, en vervolgend door de imoca van Boris Herrmann die tweede werd in de Vendee Globe, waar wij trots waren met de 6,5 knoop, liepen zij 20-25 knopen, ongelofelijk !
In Trinité sur Mer aan een mooring, ik wist niet dat die van de marina was, dus werden we verzocht om aan een ander jacht te gaan liggen. Op facebook verscheen een foto van Zingaro met de vraag, hé zie ik Zingaro daar liggen ? Bleek dat Annette en RJ ook in Trinité lagen. Dus gezellig bij hun aan boord geborreld. Volgende dag op naar Carnac, wat een indrukwekkende menhir velden zijn dat ! Was wel een flinke wandeling maar zeer de moeite waard !

S’ avonds borrel gedronken bij ons aan boord met Annette en RJ. Volgende dag weer zeilen, nu naar Piriac-sur-Mer, moeilijke invaart, flinke wind en golfslag dus weer erg op getij letten, nogal kleine haveningang. Volgende dag blijven liggen, want het waaide nogal hard, dus mooie wandeling langs de stranden en rotsen. We zagen Annette en RJ nog aankomen, maar die waren veel te vroeg dus die voeren door naar La Vilaine.
Van Pririac naar L’Ile d’Yeu was een mooie lange zeildag, haven is makkelijk aan te lopen als je rekening met het getij houdt natuurlijk, stromingen en verval worden ook steeds minder.

Prettige haven en mooi en populair eiland. Volgende dag op de fietsjes het hele eiland rondgetourd. De atlantische kant is echt ruig, met een echt middeleeuws kasteel, de andere kant bijna mediterraan. Zandstranden en naaldbomen.
Toen we de dag er na vertrokken, zwom er een dolfijn met ons mee de haven uit, hij was blijkbaar de weg een beetje kwijt en gebruikte ons als baken, slim dier, buiten de haven maakte hij/zij een paar sprongen en weg wassie. We gingen naar Ile de Noirmoutier om daar te ankeren, blijft altijd spannend om plaatsen aan te lopen die je niet kent, dus veiligheids marge inbouwen betekend ook dat je soms wel erg ver van de kant ankert. Bij plage des dames aan land gegaan, nadeel van meer verval dan in Nederland is wel dat je je rot sleept met je bijboot zeker als er ook nog een motor aanhangt. Erg touristisch eiland, maar dat heeft ook weer zijn charme. Ook een haven waar je kan droogvallen in de modder als je dat durft. Ik kwam later op de tocht een zeiler tegen die dat had gedaan, geen probleem zei hij.


Dankzij de grote opvouwbare zonnepanelen houden we de accu’s lekker vol en hebben we zelfs ijsblokjes ! Aangezien er een zeilwedstrijd was en wij in de baan lagen zijn we anker op gegaan. Wat daar trouwens vervelend is, dat de fransen die motorboten hebben er alles aan gelegen is om zo veel mogelijk overlast en golven te veroorzaken, soms varen ze full speed op 10 meter langs je.
|Aangezien Marc gaat verhuizen werd het ook weer tijd voor afscheid, hij gaat in Pornichet van boord en met de trein weer terug. Lang kruisrak naar Pornichet, behoorlijk veel tegenstroom in de monding van de Loire, uiteindelijk kwamen we er wel, moderne grote zeer beschutte maar ook heel volle jachthaven. Dus voor het eerst deze trip driedubbel gelegen. Aangezien Pornichet niet echt charmant is, ben ik na het afscheid van Marc vertrokken. Ik wilde naar Ile d’Houat om daar te ankeren. Weer een geweldige zeiltocht en natuurlijk wel weer wennen om solo te varen. Bij Ile d’Houat lagen wel 70 schepen voor anker, dus plekje gezocht en gevonden.

Rustige nacht, maar omdat de wind draaide toch in golfslag onrustige nacht dus. Volgende dag vroeg op, prachtig weer, weinig wind en op weg naar La Vilaine, mij werd gezegd dat La Roche Bernard geweldig is en omdat mijn vriendin aan boord komt die absoluut niet wil varen leek me dat op zoet water een prima bestemming. La Villaine moet je eerst op varen, dan ga je door een sluis en en ben je op een stilstaande rivier tussen de rotspartijen.
Daar twee weken gebleven, prachtige haven, goedkoop en prachtige omgeving, veel met het bijbootje op de rivier gevaren, en heerlijk gegeten en gedronken.

ook in la Roche Bernard heerst corona !